![]()
| ||
|---|---|---|
oktober 17, 2004Het is goed een doel te hebben...Wat valt er nog te zeggen? Deze vraag komt steeds vaker in me op als ik weer moet uitleggen hoe het afgelopen half jaar verlopen is. In april, vlak voor de marathon van Rotterdam, werd ik waarschijnlijk verkeerd gekraakt. Met als gevolg dat ik de marathon niet heb kunnen uitlopen en nu al een half jaar bezig ben te proberen op mijn oude niveau terug te komen. Eerst denk je na drie weken wel weer de oude te zijn. Drie weken worden al snel zes weken en voordat je het weet ben je zes maanden verder. Iedere keer blijven de gewenste resultaten uit en ben je genoodzaakt het verwachtingspatroon weer bij te stellen. In september waren een aantal wedstrijden gepland. In augustus tijdens een hoogtestage in de Franse Pyreneeën had ik hard getraind en had ik weer 't gevoel dat ik klaar was voor de eerste goede resultaten. Toch ging 't weer mis. Zeker de halve marathon van Rotterdam was een domper. Ik snapte het niet. Gelukkig volgde al snel een evaluatie met mijn trainster Grete Koens. Er kwamen een aantal knelpunten naar voren. Een van de belangrijkste conclusies was dat ik niet helemaal eerlijk was. Voor pijntjes of trainingen die niet naar wens verliepen werden altijd excuses gezocht in plaats van de echte oorzaak te erkennen. Zo heb ik lange tijd de pijn in mijn achillespezen genegeerd in de hoop dat dit vanzelf over zou gaan. Hierdoor liep ik vaak verkrampt en ging ik forceren waardoor ik alleen maar nog verkrampter ging lopen. Een andere belangrijke reden was dat ik niet onbevangen heb kunnen lopen. Voor de wedstrijd had ik voor mezelf al bepaald hoe hard ik wilde lopen en op welke plaats ik wilde eindigen. Dat levert een hoop twijfel en onzekerheid op voor en tijdens de wedstrijd en vergt enorm veel energie. Als het dan niet meteen loopt zoals het zou moeten dan wordt lopen vooral een gevecht met jezelf. Het is moeilijk om op dat soort momenten de motivatie te houden om door te gaan. Het plezier in het trainen is weg en het zelfvetrouwen zakt steeds verder weg. Het risico is enorm groot om in een negatieve spiraal terecht te komen waarin het gebrek aan zelfvetrouwen en het gebrek aan motivatie elkaar versterken. Na de evaluatie heb ik dan ook besloten om de trainingen aan te passen met als eerste doel het plezier in het lopen te hervinden. Dat betekent niet dat ik gestopt ben met hard trainen want juist een harde training kan enorme voldoening brengen. Het belangrijkste was om het verwachtingspatroon los te laten. Geen energie verliezen door te focussen op specifieke tijden of koste wat kost een training af te willen maken. Het is nog wat vroeg voor conclusies maar het lijkt te werken. Het plezier is terug en ik maak weer progressie. Ook de eerste echte test, een cross in Harderwijk, biedt perspectief. Door alle ellende van de afgelopen maanden ging ik met heel veel druk en zenuwen naar deze wedstrijd toe. Maar na het startschot viel de druk al snel van me af en heb ik onbevangen kunnen lopen. Tijdens het lopen kon ik alle negatieve gedachten van me afzetten. Ik was niet bezig met de einduitslag maar kon me eindelijk weer eens concentreren op het lopen zelf. ![]() ![]() Kortom, de opwaartse spiraal lijkt gevonden te zijn. Ik begin langzaam weer te geloven in eigen kunnen. Deze ontwikkeling doet sterk denken aan de 'creatiespiraal' waarmee Schoonderwoerd & Partners werkt. Als je er zo over nadenkt zijn er veel parallellen te trekken met processen die zich binnen organisaties afspelen. Eerlijk zijn, vooral tegen jezelf, en reële doelen stellen zijn essentieel voor een geslaagde missie. Maar het allerbelangrijkste is de kunst om het plezier vast te houden en te genieten van waar je mee bezig bent want de missie kan wel eens langer duren dan van tevoren gepland. Deze gedachte is al in veel gezegdes verwerkt maar de strekking blijft dezelfde en krijgt voor mij steeds meer betekenis: 'Het is goed een doel te hebben om naar toe te reizen, maar het is de reis die er uiteindelijk toe doet.' Comments
Top!!! Posted by: rahul at oktober 18, 2004 09:37 am | ||
|
© Vivian Ruijters, 2004 | ||